Mirjam Elferink

Stellingen behorend bij het proefschrift van M.H. Elferink

Behorend bij het proefschrift van M.H. Elferink, Verwijzingen in wetgeving. Over de publiekrechtelijke en auteursrechtelijke
status van normalisatienormen Leiden, 10 december 1998

  1. NEN-normen waarnaar in wetgeving wordt verwezen zijn algemeen verbindende voorschriften.
  2. NEN-normen waarnaar in wetgeving wordt verwezen dienen op straffe van niet-inwerkingtreding in de Staatscourant te worden bekendgemaakt conform de (grond)wettelijke voorschriften voor bekendmaking van algemeen verbindende voorschriften.
  3. Als de wetgever ervoor kiest NEN-normen onderdeel te laten zijn van algemeen verbindende voorschriften dient het opstellen van deze normen en de toegang tot deze normen te worden gefinancierd vanuit de algemene middelen. Toepassing van het profijtbeginsel ('de gebruiker betaalt") is hier niet op zijn plaats.
  4. Omdat er in algemeen verbindende voorschriften dynamisch naar NENnormen wordt verwezen moet het Nederlands Normalisatie-instituut (NNI) worden aangemerkt als een zelfstandig bestuursorgaan. De wetgever dient het NNI daarom onder het toepassingsbereik van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) te brengen.
  5. De letterlijke tekst van artikel 11 Auteurswet (Aw) en de logische consequentie van het adagium 'eenieder wordt geacht de wet te kennen' laten er geen onduidelijkheid over bestaan dat artikel 11 Aw zich uitdrukkelijk richt tot eenieder, dat wil zeggen tot de staat en de (commerciële) uitgevers.
  6. Het is een taak van de staat actuele geconsolideerde wetgeving (waaronder ook de 'verwezen' NEN-normen moeten worden begrepen) en rechtspraak gratis (dan wel tegen kopieerkosten) aan eenieder die daarom vraagt ter beschikking te stellen en de eenvoudige toegang hiertoe te garanderen. Met het ADW-contract tussen Kluwer en de overheid wordt deze taak niet naar behoren vervuld.
  7. Bij de implementatie van de Databankrichtlijn dient de wetgever een met artikel 11 en 15b Aw vergelijkbare uitzonderingsbepaling op te nemen.
  8. Een verzoek om een rechterlijk verbod van een - zorgvuldige - wetenschappelijke publicatie over een bepaald product wegens oneerlijke concurrentie, dient niet te worden toegewezen, ook niet als deze publicatie feitelijke invloed heeft op de verkoop van het product dat onderwerp was van het beschreven wetenschappelijke onderzoek. (Anders: althans zo lijkt het,EHRM 25 augustus 1998 (Hertel vs. Zwitserland) Mf 1998/10, 46, p. 290-297, m.nt. Kabel.)
  9. De regeling van de rechtsmachtverdeling tussen de bestuursrechter en de civiele rechter is een zaak voor de wetgever.
  10. File-informatie, verzameld door de verkeerspolitie, behoort tot het publieke domein en dient daarom aan eenieder die daarom vraagt gratis ter beschikking te worden gesteld.
  11. De NS dienen tijdens spitsuren speciale tarieven voor staanplaatsen in te voeren om de ergernis van treinreizigers evenredig met de gehanteerde tarieven te doen dalen.
  12. Een wielrenner zonder doping is als een nuchtere Herman Brood.
  13. De wereld(economie) gaat aan (politieke) soap ten onder.
     

Klik hier voor de stellingen

Klik hier voor het proefschrift

 

Bron: M.H. Elferink, Stellingen behorend bij het proefschrift van M.H. Elferink, Leiden, 10 december 1998.

Mirjam 1

Meer weten over dit onderwerp of een andere vraag?

Wij plaatsen functionele en analytische cookies. Eventueel kunnen derde partijen tracking cookies plaatsen. U dient daar dan eerst mee akkoord te gaan. Lees meer in onze Privacyverklaring