Mirjam Elferink

Architect en Auteursrecht

Kan een architect zich verzetten tegen aantasting van zijn bouwwerk met een beroep op zijn auteursrechten? De Hoge Raad oordeelde dat de auteursrechtelijk beschermde trekken van het oorspronkelijke bouwwerk mogen worden aangetast, indien daar een goede reden voor is. Een goede reden is bijvoorbeeld een verandering van de gebruiksfunctie van een bouwwerk na verloop van tijd. Mirjam Elferink en Laura de Bont van Elferink & Kortier Advocaten schreven over deze kwestie voor het Tijdschrift Bouwrecht. Zij geven daarin onder meer een overzicht van de rechten van de architect.

Klik hier voor deze publicatie

M.H. Elferink & L.E. de Bont, ‘Kan de architect zich verzetten tegen aantasting van zijn bouwwerk; hoe zit dat?’, Tijdschrift Bouwrecht 2019/89, 56e jaargang, december 2019, p. 635 - 640.

Hierbij het artikel:

Kan de architect zich verzetten tegen aantasting van zijn bouwwerk?

Een beschouwing van HR Dijkstra/De 4 Jaargetijden (BR 2019/89)

De architect vervult een bijzondere rol in het bouwproces. Hij is niet alleen vertrouwenspersoon van de opdrachtgever, maar moet ook borgen dat het ontwerp aansluit op eisen en budget. De contractuele basis tussen opdrachtgever en architect is vaak (een variant op) de DNR. In die regeling wordt expliciet aandacht besteed aan auteursrechtelijke (persoonlijkheids)rechten van de architect. Dat is niet voor niets: geschillen over auteurs- en persoonlijkheidsrechten van architecten komen regelmatig voor, variërend van plagiaatkwesties tot verzet tegen sloop of wijziging van gebouwen.

Dat een architect sloop niet eenvoudig kan tegenhouden met een beroep op persoonlijkheidsrechten, bleek al uit Jelles/Zwolle.² De vraag is echter hoe dit ligt bij verbouwingen: kan de architect zich tegen iedere ingreep verzetten, omdat zijn ontwerp wordt “aangetast”? In de langlopende kwestie over de verbouwing van een kantoorpand (Dijkstra/De 4 Jaargetijden) heeft de Hoge Raad die vraag nader ingekaderd.³ De uitkomst is helder: ook auteursrechtelijk beschermde trekken van een bouwwerk kunnen worden aangetast, mits daarvoor een goede reden bestaat. Een wijziging van gebruiksfunctie na verloop van tijd kan zo’n goede reden opleveren.

Hierna bespreken wij de zaak en plaatsen wij deze in het kader van het auteursrecht en de persoonlijkheidsrechten van de architect.

1. Inleiding: de casus Dijkstra/De 4 Jaargetijden

Projectontwikkelaar De 4 Jaargetijden kocht in 2015 een kantoorpand: het voormalige bestuurscentrum van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier in Edam. Het pand maakte deel uit van een complex dat is ingeschreven in het monumentenregister. In 1973 kreeg het complex een (nieuwe) bestemming als kantoorpand. Architect Dijkstra werd destijds gevraagd het complex uit te breiden en aan te passen aan die bestemming, met behoud van de klassieke uitstraling. In 1978 werd het gebouw overeenkomstig zijn ontwerp opgeleverd.

In 2015 wilde De 4 Jaargetijden het pand ombouwen tot wooncomplex. Dat vergde gedeeltelijke sloop en ingrijpende aanpassingen. Het pand had ruim veertig jaar als kantoor gefunctioneerd en had daarna circa zeven jaar leeggestaan. De beoogde transformatie naar appartementen sloot aan bij de wens van de gemeente om extra woonruimte te realiseren.⁵

1.1 De geplande ingrepen

De wijzigingen waren aanzienlijk. Volgens een in de procedure betrokken deskundige zouden delen worden gesloopt, waardoor het monumentale karakter op onderdelen zou worden aangetast en detailleringen zouden worden verwijderd of gewijzigd. Het merendeel van de ingrepen zou plaatsvinden aan de achterzijde (de zuidgevel): grote ramen, nieuwe entrees en balkons. De Welstand- en monumentencommissie Edam-Volendam achtte deze wijzigingen aanvaardbaar, mede vanwege de ligging en de beschutte achterafligging van de achtergevel. Een incidentele ingreep op deze schaal zou geen inbreuk hoeven vormen op het complex als geheel.

Ook de voorzijde (de noordgevel) zou beperkt worden aangepast: ramen op de begane grond zouden worden vervangen door openslaande deuren en op de bovenste verdieping zou een raam worden geplaatst. Volgens de Welstandscommissie leverde dit, in vergelijking met andere onderdelen van het complex, geen onacceptabele stijlinbreuk op.⁶

1.2 Het verzet van de architect

Dijkstra verzette zich tegen de wijzigingen en beriep zich op zijn persoonlijkheidsrechten ex artikel 25 lid 1 onder c en d Auteurswet (Aw).

2. Het auteursrecht op bouwwerken

Het auteursrecht geeft de maker het exclusieve recht om te bepalen hoe, waar en wanneer een werk wordt openbaar gemaakt en verveelvoudigd. Niet ieder bouwwerk komt daarvoor in aanmerking. Voor bescherming is vereist dat het bouwwerk een eigen oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt. De invulling van die maatstaf is uitgewerkt in vaste rechtspraak.⁷

Auteursrecht ontstaat van rechtswege; registratie is niet nodig. In de praktijk wordt daarom vaak “geclaimd” dat auteursrecht bestaat, waarna pas in een procedure kan worden vastgesteld óf en in welke omvang bescherming bestaat. Dat betekent dat de auteursrechtelijke reikwijdte van een bouwwerk vaak pas achteraf (door de rechter) concreet wordt afgebakend.

Naast exploitatierechten kent de Auteurswet de maker persoonlijkheidsrechten toe, vastgelegd in artikel 25 Aw. Deze rechten beschermen de bijzondere band tussen maker en werk.

Exploitatierechten kunnen (geheel of gedeeltelijk) worden overgedragen, bijvoorbeeld aan de opdrachtgever, via een akte van overdracht (een overeenkomst; geen notariële akte). Bij gedeeltelijke overdracht kan de toestemming bijvoorbeeld worden beperkt naar wijze van gebruik, duur, hoeveelheid of publiek.

3. Persoonlijkheidsrechten: wat blijft bij de maker?

Overdracht van exploitatierechten betekent niet dat de maker “niets” meer kan. De persoonlijkheidsrechten blijven in beginsel bij de maker, óók na overdracht van het auteursrecht. Artikel 25 Aw geeft onder meer het recht zich te verzetten tegen:

  • openbaarmaking zonder naamsvermelding (tenzij strijdig met redelijkheid);
  • openbaarmaking onder een andere naam en wijzigingen in titel/naamsaanduiding;
  • andere wijzigingen in het werk (tenzij verzet strijdig met redelijkheid);
  • misvorming, verminking of andere aantasting die nadeel kan toebrengen aan eer/naam of waarde van de maker.

De persoonlijkheidsrechten zijn niet overdraagbaar. Van sommige rechten kan wel (gedeeltelijk) afstand worden gedaan, maar niet van het recht om zich te verzetten tegen aantasting die reputatieschade kan opleveren (art. 25 lid 1 onder d Aw). Dat recht blijft dus altijd bestaan, al geldt daarvoor een zwaardere toets.

4. Persoonlijkheidsrechten in de DNR

In De Nieuwe Regeling 2011 (DNR), opgesteld door BNA en NLingenieurs, is rekening gehouden met persoonlijkheidsrechten. De DNR regelt de verhouding tussen opdrachtgever en “adviseur” (waaronder de architect), met standaardvoorwaarden die partijen van toepassing kunnen verklaren en waarvan contractueel kan worden afgeweken.

De DNR bevestigt in essentie dat de adviseur zijn persoonlijkheidsrechten behoudt, ook nadat hij toestemming heeft verleend tot verwezenlijking, openbaarmaking of verveelvoudiging. Daarmee sluit de DNR aan bij artikel 25 Aw, met dien verstande dat de wet wél ruimte laat om van bepaalde rechten afstand te doen.

5. Toepassing in Dijkstra/De 4 Jaargetijden

5.1 Artikel 25 lid 1 onder c Aw: wijziging, tenzij verzet onredelijk

Ten aanzien van de wijzigingen aan de noordgevel oordeelde de voorzieningenrechter dat sprake was van een wijziging in de zin van artikel 25 lid 1 onder c Aw, maar dat het verzet van Dijkstra in strijd was met de redelijkheid. Het basisidee van de gevelindeling bleef gehandhaafd en de ingrepen waren ingegeven door de functiewijziging van het gebouw.¹⁰ Het hof bekrachtigde dit oordeel.¹¹

In cassatie stelde Dijkstra dat beslissend zou moeten zijn of reputatieschade dreigde. De Hoge Raad corrigeert dit: bij artikel 25 lid 1 onder c Aw is reputatieschade niet vereist. De vraag is uitsluitend of het verzet – gelet op alle omstandigheden – in strijd is met de redelijkheid. Dat Dijkstra overleg zocht en alternatieven aandroeg, maakte zijn verzet niet automatisch redelijk. De Hoge Raad achtte het oordeel van het hof voldoende begrijpelijk.¹²

Belangrijk is de uitleg van de Hoge Raad over de verhouding tussen sub c en sub d. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat sub c betekenis houdt voor (i) wijzigingen die geen afbreuk doen aan auteursrechtelijk beschermde trekken en (ii) wijzigingen die wél een aantasting kunnen opleveren, maar niet tot reputatieschade kunnen leiden. Voor de redelijkheidstoets moeten alle omstandigheden worden meegewogen. Bij bouwwerken krijgt daarbij bijzonder gewicht de reden voor de wijziging: vaak een wijziging van bestemming of gebruiksfunctie.¹³ ¹⁴

5.2 Artikel 25 lid 1 onder d Aw: aantasting mét reputatieschade?

Voor de zuidgevel oordeelde de voorzieningenrechter dat sprake was van een aantasting als bedoeld in artikel 25 lid 1 onder d Aw, maar dat deze geen nadeel kon toebrengen aan de eer of naam van Dijkstra of aan zijn waarde als maker (reputatieschade).¹⁵ Het hof bekrachtigde dit en nam daarbij onder meer mee:

  • dat gebouwen door de tijd heen functionele wijzigingen kunnen vereisen;
  • dat het pand bijna veertig jaar ongewijzigd was en daarna jaren leegstond;
  • dat de aantasting niet lichtvaardig tot stand was gekomen;
  • dat de aanpassingen uitsluitend samenhingen met de nieuwe woonfunctie;
  • dat de zuidgevel vanaf de openbare weg niet zichtbaar was.¹⁶

Dijkstra ging in cassatie, maar de Hoge Raad liet het oordeel in stand.¹⁷ De verbouwing mocht doorgaan.

5.3 Hoe bepaal je reputatieschade?

De Hoge Raad verduidelijkt dat reputatieschade moet worden beoordeeld vanuit het relevante publiek: wat is het effect van de aantasting op de reputatie van de maker in de ogen van dat publiek? Daarbij kunnen alle omstandigheden een rol spelen, zoals:¹⁸

  • aard en ernst van de aantasting;
  • bekendheid van werk en maker;
  • reden voor wijziging;
  • waarneembaarheid voor het relevante publiek;
  • tijdsverloop sinds voltooiing.

Dit impliceert een belangenafweging tussen maker en degene die wil wijzigen. In de sleutel van sub d geldt echter: als reputatieschade kan optreden, ligt toewijzing van het verzet in beginsel voor de hand, terwijl sub c juist expliciet de redelijkheidstoets centraal zet.¹⁹

6. Aanbevelingen voor de praktijk

Wie problemen rond persoonlijkheidsrechten wil voorkomen, moet vroeg en schriftelijk afspraken maken: vóór, tijdens en na de bouw.

Een opdrachtgever kan exploitatierechten laten overdragen en daarmee de bevoegdheid verkrijgen om het ontwerp te openbaar te maken en te verveelvoudigen. Dat neemt echter niet weg dat de architect zijn persoonlijkheidsrechten behoudt, waarvan slechts beperkt afstand mogelijk is. Met name het recht om zich te verzetten tegen aantasting die reputatieschade kan opleveren (art. 25 lid 1 onder d Aw) kan niet worden uitgesloten.

Wel kan worden gedacht aan een contractuele medewerkings- of overlegverplichting bij functiewijziging of modernisering. Zo’n bepaling kan helpen om tijdig alternatieven te bespreken en escalatie te voorkomen, maar het dwingendrechtelijke karakter van artikel 25 Aw maakt dat niet iedere “uitholling” van persoonlijkheidsrechten houdbaar zal zijn. In elk geval is het verstandig de architect te betrekken, hem te laten reageren en afspraken schriftelijk vast te leggen.

Bij sloop of ingrijpende verbouwing is het raadzaam vooraf te onderzoeken of auteursrecht op het ontwerp rust en zo ja, toestemming te vragen. Als toestemming ontbreekt, gelden uitgangspunten uit onder meer Jelles/Zwolle: sloop is in beginsel niet eenvoudig te blokkeren, maar bij een uniek exemplaar kunnen aanvullende voorwaarden gelden, zoals een gegronde reden en de gelegenheid voor behoorlijke documentatie.²⁰

Bij verbouwingen is bovendien relevant of kenmerkende elementen zichtbaar blijven. Verdwijnt alles, dan kan dit feitelijk neerkomen op vernietiging en komen vergelijkbare overwegingen in beeld. Blijven kenmerkende elementen bestaan, dan is sprake van wijziging/aantasting en moet zorgvuldig worden beoordeeld of de ingreep noodzakelijk is, of zij met respect voor het oorspronkelijke werk kan worden vormgegeven en of het verzet van de architect redelijk is (sub c) dan wel reputatieschade dreigt (sub d).

Wie met de DNR contracteert, moet beseffen dat de DNR opdrachtgevers niet “automatisch” beschermt tegen verzet van de architect. Zonder aanvullende afspraken blijft het risico bestaan dat de architect zich later tegen wijzigingen verzet, tenzij dat verzet in strijd is met de redelijkheid (sub c) of – bij sub d – zolang reputatieschade niet aannemelijk is.

7. Afronding

Uit Dijkstra/De 4 Jaargetijden volgt dat de architect niet met succes tegen iedere verbouwing kan opkomen. Kern is dat wijzigingen aan bouwwerken na verloop van tijd soms noodzakelijk zijn, met name bij functiewijziging. De Hoge Raad maakt duidelijk dat:

  • voor artikel 25 lid 1 onder c Aw niet vereist is dat reputatieschade dreigt; beslissend is of verzet in strijd is met de redelijkheid, waarbij de reden voor de wijziging (zoals functiewijziging) zwaar weegt;
  • voor artikel 25 lid 1 onder d Aw wel bepalend is of de aantasting reputatieschade kan opleveren, beoordeeld vanuit het relevante publiek en in het licht van alle omstandigheden.

De conclusie is dat auteursrechtelijk beschermde trekken van een bouwwerk kunnen worden aangetast als daarvoor een goede reden bestaat. Een wijziging van gebruiksfunctie na verloop van tijd blijkt in elk geval zo’n goede reden te kunnen zijn.

Mirjam 1

Meer weten over dit onderwerp of een andere vraag?

Wij plaatsen functionele en analytische cookies. Eventueel kunnen derde partijen tracking cookies plaatsen. U dient daar dan eerst mee akkoord te gaan. Lees meer in onze Privacyverklaring