Hoe kwalificeert u een verzoek om informatie? AVG-verzoek of Woo-verzoek? De Raad van State geeft duidelijkheid
Geplaatst op 31-08-2026Ontvangt u als gemeente, overheidsorganisatie of universiteit wel eens een verzoek om informatie? Niet in alle gevallen is het altijd duidelijk hoe zo’n verzoek gekwalificeerd zou moeten worden. Gaat het om een inzageverzoek op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)? Of is het een verzoek om verstrekking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo)? Op het eerste gezicht hebben de AVG en de Woo weinig met elkaar te maken. De AVG bevat regels over de verwerking van persoonsgegevens, terwijl de Woo ervoor zorgt dat informatie van de overheid openbaar is. De Woo kent echter in artikel 5.5 ook een bepaling over het verstrekken van informatie die betrekking heeft op (rechts)personen. Daardoor is het in de praktijk niet altijd duidelijk of een verzoek onder de AVG of de Woo valt.
Voor gemeenten, overheidsorganisaties en universiteiten is het van belang om een verzoek om informatie juist te kwalificeren. Een onjuiste kwalificatie kan er namelijk voor zorgen dat u het verzoek verkeerd behandelt, dat u de verkeerde gegevens verstrekt of dat u een beroep doet op een verkeerde uitzonderingsgrond. Maar hoe bepaalt u of een verzoek onder de AVG of de Woo valt? In deze blog leggen we het verschil uit tussen een inzageverzoek (artikel 15 AVG) en een verzoek om verstrekking van informatie (artikel 5.5 Woo). Vervolgens bespreken we twee uitspraken van de Raad van State, die meer duidelijkheid geven over de omstandigheden die van belang zijn bij de kwalificatie van een verzoek om informatie.
Inzageverzoek (artikel 15 AVG)
Op grond van artikel 15 AVG heeft een betrokkene (de persoon op wie de persoonsgegevens betrekking hebben) het recht om te weten of een gemeente, overheidsorganisatie of universiteit zijn of haar persoonsgegevens verwerkt. Dit wordt ook wel het recht op inzage genoemd. Worden er door u persoonsgegevens van de betrokkene verwerkt? Dan heeft de betrokkene niet alleen recht op inzage in die persoonsgegevens, maar ook op de volgende informatie over de verwerking van zijn of haar persoonsgegevens:
- De doeleinden waarvoor de persoonsgegevens worden verwerkt;
- De categorieën van persoonsgegevens die worden verwerkt;
- De ontvangers aan wie de persoonsgegevens zijn of worden verstrekt;
- De periode gedurende welke de persoonsgegevens worden opgeslagen, of – als die periode niet bekend is – de criteria om die periode te bepalen;
- De rechten van de betrokkene, waaronder het recht op rectificatie of wissing van de persoonsgegevens en het recht om een klacht in te dienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens;
- De bron van de persoonsgegevens, wanneer de persoonsgegevens niet bij de betrokkene zelf zijn verzameld; en
- Het bestaan van geautomatiseerde besluitvorming. Als daarvan sprake is, heeft de betrokkene ook recht op nuttige informatie over de onderliggende logica, en het belang en de verwachte gevolgen van de verwerking voor de betrokkene.
Op grond van artikel 15 AVG heeft een betrokkene dus recht op inzage in zijn of haar persoonsgegevens en informatie over de verwerking van deze persoonsgegevens. Wij schreven daar eerder al over.
Artikel 15 AVG geeft een betrokkene echter niet per definitie recht op inzage in of verstrekking van alle en/of volledige documenten waarin zijn of haar persoonsgegevens voorkomen. In de praktijk zien wij echter regelmatig dat betrokkenen wel menen daar recht op te hebben. Onder omstandigheden kan een betrokkene daar recht op hebben, maar dat is vaker niet dan wel het geval. Ook daarover schreven wij eerder.
Verzoek om verstrekking van informatie (artikel 5.5 Woo)
Op grond van artikel 5.5 Woo kan een persoon een gemeente, overheidsorganisatie of universiteit verzoeken om informatie over hem of haar die is vastgelegd in documenten. In tegenstelling tot artikel 15 AVG, kan artikel 5.5 Woo een persoon dus wel recht geven op verstrekking van alle (gedeeltelijke of volledige) documenten waarin gegevens over hem of haar staan.
Raad van State: bewoordingen van het verzoek zijn bepalend voor de kwalificatie
Welke omstandigheden zijn van belang om te bepalen of een verzoek onder de AVG of de Woo valt? Uit twee uitspraken van de Raad van State blijkt dat niet de aanduiding (of naam die aan het verzoek gegeven wordt) van het verzoek door de verzoeker, maar de bewoordingen van het verzoek bepalend zijn voor de kwalificatie van een verzoek om informatie. Een verzoek dat door de verzoeker wordt aangeduid als een AVG-verzoek, kan daardoor toch onder de Woo vallen – of andersom.
Eerste uitspraak van de Raad van State
In een uitspraak van de Raad van State van 20 augustus 2025 had verzoekster verzocht om inzage in de aanleiding van een onderzoek en de meldingen die tegen haar waren gedaan. De gemeente Rotterdam had dit verzoek gekwalificeerd als een inzageverzoek (artikel 15 AVG). De gemeente had verzoekster daarom inzage gegeven in haar persoonsgegevens, maar niet in de inhoud van de meldingen en de namen van de melders. Verzoekster maakte hiertegen bezwaar. Nadat de gemeente haar bezwaar ongegrond had verklaard, stelde zij beroep in bij de rechtbank. Ook de rechtbank stelde verzoekster in het ongelijk.
In hoger beroep bij de Raad van State stelt verzoekster dat de gemeente haar verzoek ten onrechte heeft gekwalificeerd als een inzageverzoek (artikel 15 AVG). De Raad van State overweegt dat uit de bewoordingen van het verzoek blijkt dat verzoekster niet heeft verzocht om inzage in haar eigen persoonsgegevens, maar om verstrekking van documenten die op haar betrekking hebben. Verzoekster heeft namelijk verzocht om documenten met informatie over de aanleiding van het onderzoek, de inhoud van de meldingen en de namen van de melders. Dit zijn geen persoonsgegevens van verzoekster. De Raad van State oordeelt dat de gemeente het verzoek had moeten kwalificeren als een verzoek om verstrekking van informatie (artikel 5.5 Woo).
Tweede uitspraak van de Raad van State
In een uitspraak van 29 juli 2026 had verzoekster verzocht om inzage in een adresonderzoek van de gemeente Tilburg. De gemeente had verzoekster documenten opgestuurd, maar volgens verzoekster was dit niet alle informatie. Verzoekster maakte daarom bezwaar. Het bezwaar werd door de gemeente niet-ontvankelijk verklaard, waarop verzoekster beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en oordeelde dat het verzoek gekwalificeerd moest worden als een inzageverzoek (artikel 15 AVG). Tegen deze uitspraak stelde de gemeente hoger beroep in bij de Raad van State.
Net als de rechtbank oordeelt de Raad van State dat de gemeente het bezwaar van verzoekster ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Met betrekking tot de kwalificatie van het verzoek om informatie, verwijst de Raad van State naar voornoemde uitspraak van 20 augustus 2025. De Raad van State overweegt dat in het verzoek staat dat het géén Woo-verzoek is. Maar uit de bewoordingen van het verzoek blijkt dat verzoekster heeft verzocht om verstrekking van documenten die op haar betrekking hebben, namelijk documenten met informatie over het adresonderzoek. Volgens de Raad van State gaat het bij de kwalificatie van een verzoek om informatie om de bewoordingen van het verzoek, en niet om de aanduiding die de verzoeker aan het verzoek geeft. De Raad van State oordeelt dat de gemeente het verzoek had moeten kwalificeren als een verzoek om verstrekking van informatie (artikel 5.5 Woo).
Wat betekent dit voor u?
De juiste kwalificatie van een verzoek om informatie is essentieel voor de juiste behandeling van het verzoek. De twee uitspraken van de Raad van State laten zien dat de bewoordingen van het verzoek doorslaggevend zijn voor de kwalificatie, in plaats van de benaming van het verzoek. Een verzoek dat door de verzoeker een AVG-verzoek wordt genoemd, kan daarom toch als Woo-verzoek behandeld moeten worden – of andersom. Voor gemeenten, overheidsorganisaties en universiteiten is het daarom belangrijk om bij ieder verzoek om informatie te beoordelen waar de verzoeker precies om vraagt en welk juridisch kader van toepassing is.
Heeft u een verzoek om informatie ontvangen en twijfelt u of dit op grond van artikel 15 AVG of artikel 5.5 Woo behandeld moet worden? Of heeft u andere vragen over de behandeling van inzageverzoeken of verzoeken om verstrekking van informatie? Neem dan gerust contact met ons op.
Uitspraken:
Raad van State van 20 augustus 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:4001) en Raad van State van 29 juli 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:4415)